De ramp van 1825
behoorde tot de ergsten van de 200 à 300 vloeden die in de loop der
laatste zes eeuwen ons land teisterden.
In januari 1825 waren de dijken
volledig doorweekt van de vele en langdurige regels.
Op 3, 4 en 5
februari van dat jaar woedde er een hevige storm met orkaan kracht uit
het westen en noordwesten. Door voorafgaand springtij, volle maan en
aanlandige wind was het water al opgestuwd tot ongekende hoogte.
De
dijken bleken daartegen niet bestand. Tussen Slijkenburg en Zwartsluis
brak de dijk op wel 22 plaatsen en tussen Blokzijl en Kuinre was dat op 6
plaatsen het geval. Het water voor Blokzijl bereikte een hoogte van
ruim 2 1/2 meter boven NAP. Op 4 februari liep het hele land van
Vollenhove onder en veranderde in een kolkende zee. 93.000 hectare land
stond onder water. Dat is méér dan een kwart van de provincie.
Tevoren
hadden de op de dijk geplaatste waarschuwingskanonnen de bevolking al
opgeroepen de dijken te versterken. Op die vierde februari, om 9 uur 's
morgens, bezweek de zware Blokzijler dijk op twee plaatsen.
Binnen
enkele uren spoelden 28 huizen weg en werden er 80 bouwvallig. Blokzijl
had het geluk van een grote vloot. Wie de woningen verlaten moesten,
zochten hun heil op vele schepen en jachten. Er waren jachtjes met meer
dan 20 personen aan boord. Toch verdronken er bij de stad 4 burgers, 50
runderen, 1 paard en 8 schapen.
Het totale verlies bij deze ramp in
Overijssel was: 305 verdronken mensen, 13073 runderen, 525 paarden, 574
huizen werden weggespoeld en 2284 onbewoonbaar geworden. De totale
schade aan het gewest werd beraamd op meer dan twee miljoen gulden.
Voor het gehele verdronken gebied komt een geweldige hulpactie op gang. Koning Willem I schenkt 100.000,-- gulden, evenals Alexander I, Keizer van Rusland. De totaal bijeengebrachte som bedrog fl. 2.204.426,23. Daarmee werden o.a. de dijken hersteld en de Zuiderzee geleidelijk getemd.
Bron: Blokzijl, een wandeling door de eeuwen, door Fr. M. Wiedijk
Zie ook: Canon van Blokzijl




