[Advertentie]

Historie


Zie ook op de website Canon van Overijssel "De Canon van Blokzijl"

kaartblokzijl2.jpgBlokzijl lag eens aan de Zuiderzee.
De contouren van de oude stadswallen van de stad zijn ook nu nog goed herkenbaar.
Over de allervroegste geschiedenis van Blokzijl is weinig bekend, echter in de 15e eeuw werd al over 'Blocksyl' gesproken. In het stadje ligt een oude zeesluis die al in de 16e eeuw de monding vormde van de Steenwijker Aa. Vooral de turf , die in het achterland gewonnen werd, zorgde voor veel bedrijvigheid.

Johan de Ligny, Graaf van Aremberg, Stadhouder van Friesland, Groningen, Drente en Overijssel, mag genoemd worden als grote stimulator van deze omgeving. Hij liet de toegangsvaarten verbeteren en en een havenkom aanleggen ten behoeve van de handel.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd de stad door Diederich van Sonoy in 1581 versterkt, om zo aan de oostzijde van de Zuiderzee een steunpunt voor de Staatse vloot en een uitvalsbasis voor de troepen tegen de Spanjaarden te krijgen. De naam Blokzijl, ofwel versterkte sluis, is toen ontstaan.

diedericksonoy1.jpgRond 1600 kreeg Blokzijl van Prins Maurits diverse privileges, zoals het recht burgemeesters te benoemen, een eigen vlag en wapen te voeren en de toestemming tot het oprichten van een waag .

Blokzijl was een tijdlang een Staatse enclave in Spaans gebied en kende in die tijd zijn grootste bloei. Er vestigden zich turfschippers en vrachtvaarders, die ook voor het vervoer van troepen zorgden. Daarnaast kwam er steeds meer bedrijvigheid in de vorm van neringdoenden, bierbrouwerijen, scheepstimmerwerven en andere ambachten.

In de zeventiende eeuw vond de bouw plaats van de Nederlands Hervormde Kerk , in die tijd Nederduits Gereformeerde Kerk genaamd. De monumentale panden die nu het stadje nog sieren hebben vaak een gevelsteen uit die tijd.

De grote bloei van Blokzijl heeft niet lang geduurd. De haven had erg te lijden onder verzanding, waardoor men genoodzaakt was tot uitdiepen van een geul, het Scheepsdiep. De havenkom bleef zo toegankelijk voor de scheepvaart.

Blokzijl werd in de oorlog van 1672, met Frankrijk, Engeland, Munster en Keulen, enkele maanden bezet gehouden door de soldaten van de bisschop van Munster, Christoph Bernhard von Galen, ook bekend als 'Bommen Berend'. Blokzijl schreef geschiedenis in dat rampjaar, omdat het de eerste plaats in bezet Nederland was waar de vijandelijke troepen weer verdreven werden. Als beloning voor de getoonde dapperheid kreeg Blokzijl in dat jaar stadsrechten van Prins Willem III, later uitgebreid met eigen rechtspraak. Deze eigen rechtspraak werd na protesten van onder andere Ridderschap en Steden van Overijssel en de Drost van Vollenhove in 1675 alweer ingetrokken en ook de andere privileges waren van korte duur.

Na 1672 kreeg men te maken met nog ernstiger verzanding van de haven, hongersnoden, watervloeden, pest en door deze ziekte veel wezen.
Na ongeveer honderd jaar volgde een gering herstel, maar de vroegere grote bloei kwam niet meer terug.

In de achttiende eeuw kregen de in Blokzijl gevestigde bedrijven langzaam meer betekenis: houtzagerij, zoutziederij, kalkbranderij, leerlooierij en mattenfabricage. De zoutkeet en de kalkovens verdwenen in de loop van de negentiende eeuw en de houtzagerij, een heel belangrijke werkgever, sloot haar deuren in het begin van de jaren dertig van het begin van deze eeuw.

In de negentiende eeuw kwam de mattenschipperij tot bloei. De mattenschipper kocht de in huisvlijt vervaardigde biezen- en russenmatten op in Blokzijl en omgeving, zeilde hiermee over de Zuiderzee en verkocht deze in Noord- en Zuid-Holland. Rond 1900 is ook aan deze handel een eind gekomen. Verder bepaalden de afsluitdijk en de inpoldering de verdere historie van Blokzijl.

Tegenwoordig biedt het bedrijventerrein werk aan tenminste honderd werknemers en 's zomers is het toerisme een belangrijke bron van inkomsten.

 

Bron:

De Grote Kerk van Blokzijl' van de Stichting Drents Overijsselse Kerken