[Advertentie]

Heks van Blokzijl

Jacob Jansz Diephout en Jantjen Hermenscohter hebben een dochtertje, dat, tot hun grote verdriet, van de Boze Geesten bezeten blijkt te zijn. Haar gewicht was het ene moment ontilbaar zwaar en het andere moment kon zij zweven. De Chirurgijn Jan ten Thooren probeerde eens haar, met behulp van drie sterke kerels van de grond te tillen, maar dat lukte niet. Wanneer het meisje in een steeg van de ene muur naar de andere gesmeten (!) wordt, raakte zij zo vastgehecht aan de muur van haar huis, dat niemand haar daar van aftrekken kon. De tong van het meisje, Maartje genaamd, was soms zo groot als die van een kalf, waardoor haar hele mond gevuld was. Ze kon van de aarde opgeheven worden en aan de zolder zijnde, bleef zij aan die tong hangen, volkomen bij haar verstand, maar zonder te spreken.

Dominee Leonard van Blokzijl bezocht haar, met dominee Voltenen van Blankenham, om haar in het Latijn te bezweren. Doch de Boze Geest antwoordde in dezelfde taal en zei het te willen disputeren.
Een ander persoon probeerde het met Het onze Vader in het Frans, maar werd in die, voor het meisje, vreemde taal zó uitgescholden dat hij niet verder kon bidden. Wanneer één der Boze Geesten haar lichaam verliet, roken verscheidene personen een vreselijke stank. Het meisje draaide dan als een tol en bleef voor dood liggen. Wanneer zij vervolgens op een Wiegebank werd gelegd, bleek het niet mogelijk deze in beweging te krijgen.
Men riep de Paap (priester) van Deventer te hulp. Crusifix en wijwater mochten eveneens niet baten! De Boze Geesten spraken: "Alleen de vinger Gods en de Gebeden in de Mennonite-vergadering gedaan, kunnen ons uitdrijven".

Het verhaal gaat verder met plagerijen en andere tekenen van de Geesten, totdat in 1668 het meisje, op achttienjarige leeftijd overlijdt, nadat haar hoofd bijkans achterstevoren stond, maar recht kwam bij de laatste snik.

Dit verslag werd mede-ondertekend door Willem Valk, Burgemeester en Jan Engelsman, Advocaat/Notaris op 4 februari anno 1696. 

bewoners0001.jpg

 

Gevallen van hekserij werden via de stadsomroeper bekend gemaakt.

 

 

Bron: Blokzijl, een wandeling door de eeuwen, door Fr. M. Wiedijk