Blokzijl kende een filnk aantal gilden.
Stellig is het Schippersgilde de
oudst-genoemde. Er moet een pandbrief bestaan, ten laste van het
Groot-Schippersgilde van Blokzijl, gedateerd 1490. Honderd jaar later
wordt het Gildereglement beter geregeld. Dat blijkt uit een akte,
gedateerd 30 januari 1589 en ondertekend door de Landdrost van
Vollenhove en "Casteleyn to Cuyndere": Johann Sloet.
Er worden dan
vier Gildemeesters of Dekens aangesteld (telkens herkozen op
Nieuwjaarsdag). Zij moeten toezien op de vrachtverdeling en
vrachtprijzen. Op het onderhoud en de bemanning, maar ook op de
schippers van buitenaf die in Blokzijl willen laden en lossen.
In het
jaar 1609 wordt Prins Maurits beschermheer. Hij schenkt het Gilde een
rijk met zilver gemonteerde drinkbeker. In 1830 werd daarvan het zilver
verkocht voor slecht fl. 30,-- en de beker veranderd in een kruithoorn.
De optekeningen, bij de diaconie, over het zogenaamde Gildewinnen vertelt
ons iets over het totale aantal Gilden die de stad gekend moet hebben.
Wanneer ambachtslieden, kooplui of schippers toegelaten werden tot de
Gilden (Gildewinners noemde men deze adspiranten), dan moesten ze een
zeker bedrag storten in de gildekas, maar later ook in de diaconiekas.
De eerste post die we daar vinden is die van het Kleermakersgilde. Men schrijft dan Anno 1671. In 1678 stort de eerste Gildewinner van de Schippers een bijdrage in de kas. Dan volgen in 1681 het Metselaarsgilde en het Schoenmakersgilde. De "Timmerluiden" signaleren we in 1685.
Het Bakkersgilde wordt
vermeld in 1709. Hun Gildewinners verpichten zich tot gratis leverantie
van een "halve mudde brot", of tien hele broden voor de armen.
De
gewoonte van het gilde-wingeld voor armen duurt ruim 100 jaar. Alleen
het Kleermakersgilde verdwijnt al in 1697 uit de boeken. Behalve
bovengenoemde Gilden bestonden zeker nog: het Craemers- of Coopmansgilde en het zogenaamde Klein-Schippersgilde (voor de binnenvaart).
En natuulijk niet te vergeten het Brouwersgilde, waar de Meesters van de vijf brouwerijen lid van waren.
Op 31 januari 1775 wordt nog een ander schippersgilde opgericht, ook wel Zagersvereniging genaamd . 45 schippers ondertekenden de uit 8 artikelen bestaande akte. Eigenlijk was het meer een reddings- of bijstandvereniging voor het geval dat er schepen in het ijs kwamen vast te zitten. Herhaaldelijk werd door deze club uitgerukt met de Noord of IJsboot om met bijlen en zagen hulp te verlenen aan vastgevroren schepen.
Bron: Blokzijl, een wandeling door de eeuwen, door Fr. M. Wiedijk
Zie ook: Canon van Blokzijl




