Het Beurtveer heeft
in Blokzijl altijd een middelpunt gevonden. De beurtschippers
onderhielden (soms in combinatie met anderen) vaste diensten tussen
twee of meerdere plaatsen, op gezette tijden en tegen bekende tarieven.
Ter illustratie van de omvang, vermelden wij, dat rond de oprichting
van de stoombootmaatschappijen er in Blokzijl zelf al 9 beurtveren
waren, afgezien van die uit Steenwijk, Meppel, Zwartsluis en andere
buurtplaatsen. Van die negen voeren er twee op stoom en zeven onder
zeil. In 1883 waren er nog maar drie van de zeiltjalken. De
gemeentelijke administratie in die dagen is slecht, maar we weten dat
de paviljoentjalk De Koophandel van de beroemde schippersfamilie
Poorter tot 1904 op het Amsterdamse veer heeft gevaren. In dat jaar
werd de tjalk vervangen door een motorklipper, met zeilvermogen; De
Koophandel II, dit schip voer in 1933.
De zeilklipper van Visscher, die een dienst op Steenwijk en Amsterdam onderhield, werd in 1907 vervangen door een stoomboot.
Niet
onbesproken mogen blijven de legendarische scheepjes, de Mayor en de
Minor van het geslacht Joontjes. De eerste Joontjes was meegekomen als
werktuigkundige bij de aflevering van het nieuwe stoomschip de
Burgemeester Hartman,in 1878. De reders vroegen Joontjes te blijven. Na
enkele jaren liet Joontjes een eigen schip bouwen, waarmee hij de
dienst onderhield tussen Blokzijl en Steenwijk. Toen zoon Jan volwassen
werd, kwam er, naast het stoomschip de Mayor, een tweede, onder de naam
Minor. Beide schepen vulden elkaar aan. Jan Joontjes vestigde zich in
Ossenzijl. Op "'t Eind van het Diep", even voorbij Muggenbeet,
ontmoetten vader en zoon Joontjes (later de gebroeders) elkaar voor het
uitwisselen van vrachten, passagiers en nieuwtjes.
Na de tweede wereldoorlog verdwenen de beurtschepen geheel uit de haven van Blokzijl. Het wegverkeer had hun plaats ingenomen.
Bron: Blokzijl, een wandeling door de eeuwen, door Fr. M. Wiedijk
Zie ook: Canon van Blokzijl




